Rb. Maastricht 18 augustus 2005, ECLI:NL:RBMAA:2005:AU1189

Bij besluit van 21 juni 2004 heeft verweerder een door eiseres aangevraagde vergunning voor een zogenaamde megarave-party op 20 of 27 augustus 2004 geweigerd op grond van het bepaalde in artikel 2.2.3, aanhef en onder a en e, van de gemeentelijke APV. Verweerder was in beginsel bevoegd om de door eiseres gevraagde vergunning voor de megarave 2004 te weigeren. Bij de beoordeling of en op welke wijze van die bevoegdheid gebruik gemaakt dient te worden, dient verweerder naar het oordeel van de rechtbank een belangenafweging te maken waarin ook de belangen van eiseres betrokken dienen te worden. Het is evident dat eiseres een financiëel belang heeft bij het doorgaan van een evenement als de megarave. Verweerder had naar het oordeel van de rechtbank dienen te bezien of niet volstaan kon worden met het verbinden van voorschriften aan de vergunning in plaats van het volledig weigeren van de vergunning, temeer nu aan de zijde van eiseres geen enkele verwijtbaarheid is geconstateerd en eiseres zich heel actief heeft opgesteld in het weren van drugs. Nu verweerder heeft nagelaten om te bezien of volstaan kon worden met een minder vergaand middel dan een volledige weigering van de vergunning, dient het beroep gegrond verklaard te worden wegens strijd met het bepaalde in artikel 3:2 van de Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen