Rb. Maastricht 7 april 2005, ECLI:NL:RBMAA:2005:AT5287
Bij besluit van 14 augustus 2000 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat zij vanaf 1 juli 2000 op grond van artikel 43, tweede lid, onderdeel m, van de Algemene bijstandswet (Abw) recht heeft op inkomstenvrijlating. In een tot de gedingstukken behorende rapportage van 1 augustus 2002 is van de zijde van verweerder vermeld dat eiseres met ingang van september 2002 voor voortgezette inkomstenvrijlating op grond van artikel 43, tweede lid, onderdeel n, van de Abw in aanmerking komt. Bij brief van 25 februari 2004 heeft eiseres tegen de uitkeringsspecificatie van 14 februari 2004, betreffende de uitkering over januari 2004, bezwaar gemaakt. Daarbij heeft zij aangevoerd dat de uitbetaling over februari 2004 onvolledig is en niet overeenstemt met de verzonden en telefonisch uitgewisselde informatie.
De uitspraak op rechtspraak.nl