Rb. Maastricht 19 juli 2004, ECLI:NL:RBMAA:2004:AQ5475

De rechtbank staat in dit geding voor beoordeling van de vraag of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het met betrekking tot de door eiseres geëxploiteerde badinrichting in het belang van de hygiëne en de veiligheid van de bezoekers, geboden was nadere voorschriften als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Whvbz te geven op de wijze als bij het (in bezwaar de facto gehandhaafde) besluit van 15 juli 2003 is geschied. Uitspraak in hoger beroep vernietigd; LJN AS8439

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen