Rb. Maastricht 10 juni 2004, ECLI:NL:RBMAA:2004:AP1797
Eiser ontving in de periode 1 augustus 1989 tot en met 31 augustus 1999 een bijstandsuitkering vanwege verweerders gemeente. Bij besluiten van 19 maart 1998 zijn alle uitkeringsgerechtigden binnen de gemeente Heerlen individueel op de hoogte gesteld van verschuiving van de betaaldata van de bijstandsuitkering van de 25e van de maand naar de 15e van de daaropvolgende maand, voor het eerst op 15 mei 1998. In het kader daarvan konden uitkeringsgerechtigden aansluitend gebruik maken van een (eenmalige) overbruggingsuitkering van, afhankelijk van het normbedrag, een tevoren vastgesteld maximumbedrag – in het geval van eiser van ƒ 1.083,56 – deels in de vorm van een geldlening en deels in de vorm van een schenking. Daartoe is op 3 april 1998 aan de uitkerings-gerechtigden een concept-leenovereenkomst en een begeleidende brochure toegezonden. Van de geboden gelegenheid heeft ook eiser gebruik gemaakt, waarbij hij zich door ondertekening van gemelde concept-leenovereenkomst jegens de gemeente heeft verbonden tot terugbetaling van het geleende (maximale) bedrag door middel van verrekening bij beëindiging van de uitkering en voor het overige door terugbetaling in termijnen. Mede naar aanleiding van de uitspraak van de CRvB heeft verweerder eiser op 10 juli 2003, 3 september 2003 en 8 oktober 2003 verzocht om betaling van het op de vordering openstaande bedrag van € 328,88. Enige betaling van de kant van eiser is tot op de dag van vandaag niet ontvangen.
De uitspraak op rechtspraak.nl