Rb. Maastricht 5 maart 2004, ECLI:NL:RBMAA:2004:AO5272
Verweerder heeft een beslissing ex artikel 67 van de Flora- en faunawet (Ffw) genomen, inhoudende dat in bepaalde gebieden in de provincie Limburg en onder bepaalde voorwaarden: 1. jachtaktehouders op de gronden waar zij gerechtigd zijn om gebruik te maken van het geweer of honden, niet zijnde lange honden, met behulp van het geweer of met honden, niet zijnde lange honden, de in bijlage 1 bij de beslissing genoemde diersoorten mogen beperken in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid, ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren of ter voorkoming van schade aan flora en fauna; 2. jachthouders en grondgebruikers met gebruikmaking van een kastval de in bijlage 2 bij de beslissing genoemde diersoorten mogen beperken ter voorkoming van schade aan flora en fauna; 3. houders van een valkeniersakte op de gronden waar ze gerechtigd zijn om te jagen of op andere gronden met toestemming van de grondgebruiker de in bijlage 1 bij de beslissing genoemde diersoorten mogen beperken met behulp van gefokte slechtvalken en gefokte haviken ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren of ter voorkoming van schade aan flora en fauna. Verweerder heeft het door eiseres tegen die beslissing gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, aangezien verweerder van mening was dat de beslissing een algemeen verbindend voorschrift is, zodat daartegen geen bezwaar kon worden gemaakt. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Bij uitspraak van deze rechtbank is dit beroep gegrond verklaard, aangezien de beslissing naar het oordeel van de rechtbank een besluit van algemene strekking niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift is, zodat daartegen wel bezwaar kon worden gemaakt. Ingevolge deze uitspraak diende verweerder een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl