Rb. Maastricht 5 november 2003, ECLI:NL:RBMAA:2003:AN7836

Huwelijksvermogensrecht, Amsterdams Verrekenbeding. Woning door de vrouw ten huwelijk aangebracht. Naar de strekking van HR 2.3.2001, NJ 2001,583 (Slot-Ceelen) geen plaats in deze zaak om de waarde noch de waardestijging van de echtelijke woning in de verrekening te betrekken. Het enkele feit dat de koopprijs van de woning is bekostigd met een hypothecaire lening waarop staande huwelijk is afgelost, brengt niet mede, dat de woning zelf een vermogensvermeerdering oplevert die is ontstaan door belegging van bespaarde inkomsten. De man heeft enkel recht op de helft van de tijdens het huwelijk betaalde aflossingen op de hypotheek. De aflossingen zijn aan te merken als belegging van bespaarde en ongedeelde inkomsten van de vrouw, die tot vermeerdering van haar vermogen hebben geleid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen