Rb. Maastricht 25 juni 2003, ECLI:NL:RBMAA:2003:AH8736

Ontslag statutair directeur. Nietigheid ontslagbesluit wegens strijd met artikel 2:14 BW jo art. 7:670 lid 1 BW resp. vernietigbaar ex art. 2:15 BW lid 1sub b jo art. 2:8, althans in strijd met redelijkheid en billijkheid? Staat de eventuele toepasselijkheid van art. 7:670 lid 1 BW in de weg aan de rechtsgeldigheid van het ontslagbesluit in vennootschapsrechtelijke zin. In navolging van het oordeel van de Hoge Raad (onder meer 13 november 1992, NJ 1993, 265 en 10 maart 1995 NJ, 595) is de rechtbank van oordeel dat er bij ontslag van een bestuurder van een vennootschap onderscheid dient te worden tussen vennootschapsrechtelijke en de arbeidsrechtelijke positie van de bestuurder. Eerst nadat de vennootschapsrechtelijke toetsing heeft plaats gehad en het besluit uit dien hoofde onaantastbaar is geoordeeld, komt aan de orde welke gevolgen het arbeidsrecht aan het ontslag verbindt. Met andere woorden, aan de beantwoording van de vennootschapsrechtelijke vraag of het ontslag van een bestuurder aan nietigverklaring blootstaat wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid kunnen eventuele overwegingen over de arbeidsrechtelijke verhouding tussen bestuurder en de vennootschap geen bijdrage leveren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen