Rb. Maastricht 9 oktober 2002, ECLI:NL:RBMAA:2002:AF2243
Cautieverplichting; art. 14b Abw. Eisers Abw-uitkering is, na onderzoek en verhoor door de Sociale Recherche ingetrokken, aangezien hij zijn verplichting om inlichtingen te verstrekken niet is nagekomen. Eiser stelt dat hij bij zijn aanhouding door de Sociale Recherche zo overdonderd was en hij de gang van zaken niet vertrouwde, waardoor hij ontkennend heeft geantwoord op de vraag of hij te Y werkzaam was. Rb.: Gesteld en niet bestreden is dat er geen cautie is verleend. In de toelichting bij art. 14b Abw staat vermeld dat de cautieverplichting alleen geldt in mondelinge verhoorsituaties omdat hierdoor voorkomen wordt dat als gevolg van de directe en persoonlijke confrontatie tussen ondervrager en ondervraagde bij een mondeling verhoor, de ondervraagde zich door de met die confrontatie gepaard gaande psychische druk verplicht voelt om de hem gestelde vragen direct te beantwoorden, terwijl hij niet tot antwoorden verplicht is. Overigens zij opgemerkt dat art. 6 van het EVRM de cautie niet verplicht stelt, zelfs niet in mondelinge situaties. Wel kan uit jurisprudentie van de Hoge Raad worden afgeleid dat het moet gaan om ondubbelzinnige handelingen jegens de belanghebbende die er in redelijkheid geen twijfel over laten bestaan dat het voornemen tot oplegging van een boete aanwezig is. In casu gaat de rechtbank ervan uit dat verweerder na de verklaring afgelegd door de heer Z het voornemen had eiser een boete op te leggen of anderszins, in ieder geval dat er sprake was van een situatie waarin de cautie verleend had dienen te worden. De rechtbank is derhalve dan ook van oordeel dat verweerder hier onzorgvuldig gehandeld heeft. Ook het feit dat er van het verhoor van eiser op 6 juli 2001 geen proces verbaal is opgemaakt getuigt van onzorgvuldige voorbereiding van het besluit. Beroep gegrond. College van burgemeester en wethouders van Brunssum, verweerder. mr. J.N.F. Sleddens
De uitspraak op rechtspraak.nl