Rb. Maastricht 15 november 2002, ECLI:NL:RBMAA:2002:AF2017
Hulpmiddel is in tegenstelling tot leermiddel wel een voorziening als bedoeld in art. 22.4 WET REA. Afwijzing aanvraag om een vergoeding voor woordenboeken op Cd-rom blinde scholiere. De rechtbank is anders dan verweerder van oordeel dat woordenboeken op cd-rom moeten worden beschouwd als hulpmiddel. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Leermiddelen hebben een directe relatie met de aangeboden leerstof. Woordenboeken zijn door hun aard niet gebonden aan een (fase in een) opleiding of aan de leerinhoud daarvan. Woordenboeken in een vreemde taal kunnen de gehele opleiding worden gebruikt en het gebruik beperkt zich niet tot de opleiding in de betreffende vreemde taal zelf. Woordenboeken bevatten geen lesmateriaal en uit woordenboeken wordt, anders dan instructie in het gebruik ervan, geen les gegeven. Daarmee zijn woordenboeken naar het oordeel van de rechtbank te vergelijken met elektronische rekenmachines/calculatoren. Deze rekenmachines bevatten evenmin lesmateriaal en kunnen worden gebruikt gedurende alle fasen van een opleiding. Leermiddelen worden aangeschaft ten behoeve van leren. Hulpmiddelen als een rekenmachine en een woordenboek worden ook aangeschaft buiten de leersituatie. Dat het gebruik van een rekenmachine of een woordenboek een leereffect kan hebben doet daaraan niet af. Elektronische rekenmachines/calculatoren worden door verweerder als hulpmiddel beschouwd en verstrekt. Woordenboeken op Cd-rom dienen naar het oordeel van de rechtbank ook als hulpmiddel te worden beschouwd. Verweerder is derhalve bij de beoordeling van de aanvraag van eiseres ex art. 22.4, jo. Art. 11 Wet REA om een voorziening die haar in staat stelt onderwijs te volgen in de vorm van woordenboeken op Cd-rom ten aanzien van die voorziening uitgegaan van een onjuiste uitleg van de begrippen leermiddel en hulpmiddel. Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. mr. J.P.M. Hopmans
De uitspraak op rechtspraak.nl