Rb. Maastricht 30 november 2001, ECLI:NL:RBMAA:2001:780
Naar aanleiding van een looncontrole is door de looninspecteur geconstateerd dat over de jaren 1994 tot en met 1997 het Fooienbesluit niet juist is toegepast en dat een verplicht verzekerd personeelslid ten onrechte niet in de loonadministratie is verantwoord. Verweerder heeft correctienota’s opgelegd, een verzuim geregistreerd en administratieve boete’s opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat het Fooienbesluit dient te worden toegepast, nu het herleid bruto loon beneden het CAO loon blijft. Bijtelling van fooien en dergelijke prestaties van derden dient te geschieden in al die gevallen waarin minder betaald wordt dan het in de Horeca-CAO vastgestelde minimumsalaris. Het is dus niet van belang of de werknemer daadwerkelijk het bedrag aan fooien heeft ontvangen. Het feit dat door netto loonafspraken sommige werknemers van eiseres onder het minimum CAO loon zijn gebleven door verschillen is fiscale status en aantal gewerkte uren, komt naar het oordeel van de rechtbank voor rekening en risico van eiseres en kan aan de toepassing van het Fooienbesluit niet af doen. Tevens heeft verweerder terecht dit CAO loon verhoogd met het rechtens aan de werknemers toekomende vakantiegeld en vakantierecht. De onderzoeksmethode die de looninspecteur heeft toegepast, te weten alleen het jaar 1996 controleren en daarna de correcties over de premiejaren 1994, 1995 en 1997 hiervan afleiden, acht de rechtbank in deze zaak niet juist.
De uitspraak op rechtspraak.nl