Rb. Limburg 14 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9705

Betreft beroep tegen een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een bestaande stal en de nieuwbouw van een stal. De rechtbank stelt ambtshalve vast dat eisers procesbelang hebben bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) omdat de OBM nadat die onherroepelijk is geworden gaat gelden als een omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteit, de rechtbank is van oordeel dat de aanvraag ziet op een volwaardig agrarisch bedrijf als bedoeld in het geldend bestemmingsplan en in zoverre daarmee niet in strijd is. De rechtbank stelt vast dat in dit geval terecht een vormvrije m.e.r.-beoordeling is uitgevoerd en dat eisers tegen de beslissing van verweerder dat geen milieueffectrapportage noodzakelijk is, geen gronden hebben aangevoerd. Voor zover eisers hebben aangevoerd dat een verklaring van geen bedenkingen van het college van Gedupeerde Staten van Limburg ontbreekt in verband met de vereiste natuurtoestemming, staat het relativiteitsvereiste aan een eventuele vernietiging van het bestreden besluit in de weg. Ook de beroepsgrond dat verweerder bij de berekening van de emissie niert mocht uitgaan van de Rav-emissiefactoren, slaagt niet. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken