Rb. Limburg 27 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:830

Beroep ongegrond. Eisers ervaren overlast van laag overvliegende vrachtvliegtuigen naar Maastricht-Aachen Airport. Sommige vluchten veroorzaken wakevortexturbulentie (aanzuigende windwervelingen) waardoor onder meer dakpannen van eisers dak worden getild en gevaar veroorzaken. Eisers hebben om handhaving verzocht tegen dit vrachtverkeer. De minister heeft dit terecht opgevat als een verzoek om artikel 5.3 van de Wet Luchtvaart te handhaven. Dat artikel bevat een verbod om op een zodanige wijze deel te nemen aan het luchtverkeer dat daardoor gevaar voor personen of zaken kan ontstaan. De minister heeft handhaving terecht geweigerd omdat hij geen overtreding kan vaststellen. Het is onvoldoende aannemelijk dat het de wijze van deelname aan het luchtverkeer is dat het gevaar veroorzaakt. De vluchten die wakevortexturbulentie hebben veroorzaakt zijn niet anders uitgevoerd dan de vluchten die dit niet veroorzaken. Daaruit blijkt dat het van andere factoren dan de feitelijke wijze van deelname aan het luchtverkeer afhangt of bij een bepaalde vlucht wakevortexturbulentie en daardoor gevaar ontstaat. Factoren die bepaald worden door de ligging van het vliegveld vallen niet onder de wijze van deelname aan het luchtverkeer en zijn dus niet van belang bij de vaststelling of artikel 5.3 van de Wet Luchtvaart is overtreden. Het vliegveld zelf is geen deelnemer aan het luchtverkeer. Artikel 5.3 van de Wet Luchtvaart richt zich daarom niet tot luchthavenexploitanten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken