Rb. Limburg 17 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5789
Gedaagde heeft op onjuiste wijze huishoudelijk afval aangeboden. De gemeente legt aan haar vordering ten grondslag dat gedaagde door het afval te deponeren zoals hij gedaan heeft onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, zodat gedaagde mede op grond van artikel 13.3a van de Omgevingswet tot betaling van de opruimkosten gehouden is. De vordering wordt toegwezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl