Rb. Limburg 21 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:376

Huurrecht: in conventie geschil over einddatum huurovereenkomst, de hoogte van de verschuldigde huurachterstand en over het al dan niet correct opleveren van het gehuurde bij einde huur en de daarmee samenhangende vordering van herstel- en reparatiekosten. Kantonrechter acht het whatsappbericht waarin huurder de huur heeft opgezegd voldoende omdat daaruit duidelijk blijkt dat huurder wilde opzeggen en per wanneer en wijst één maand huurachterstand en de buitengerechtelijke kosten daarover toe. Voor wat betreft de herstel- en reparatiekosten is de kantonrechter van oordeel dat een beschrijving van het gehuurde bij aanvang huur, zoals bedoeld in artikel 7:224 lid 2 BW, ontbreekt en dat daarom niet kan worden vastgesteld dat bij einde huur sprake is van een wezenlijk andere staat van het gehuurde dan bij aanvang van de huurovereenkomst. De vordering ter zake van de herstel -en reparatiekosten is daarom afgewezen. In reconventie gaat het geschil over het terug betalen van de waarborgsom: dit wordt deels toegewezen en deels verrekend met de in conventie toegewezen vordering inzake de huurachterstand en buitengerechtelijke incassokosten. De vergoeding voor verbeteringen die huurder aan het gehuurde heeft aangebracht wordt slechts deels toegewezen omdat alleen ter zake van het toegewezen deel sprake is van ongerechtvaardigde verrijking van de verhuurder.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen