Rb. Limburg 2 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2111

Vanwege de wettelijke bewaartermijn van artikel 7:454, derde lid, van het BW had het Uwv de rapporten van de verzekeringsartsen uit 2008 niet mogen vernietigen. Het Uwv heeft miskend dat de verlenging tot twintig jaar van die termijn per 1 januari 2020 onmiddellijke werking had en dus van toepassing was op alle dossiers die op dat moment nog bewaard moesten worden omdat de termijn van vijftien jaar nog niet was verstreken. De door vernietiging van de rapporten bestaande onduidelijkheid komt voor risico van het Uwv. Mede in aanmerking genomen dat er bij vergelijking van de FML van september 2008 en de per 1 januari 2010 geldende FML een groot en niet op voorhand verklaarbaar verschil is te zien in aantal en zwaarte van de beperkingen, is de rechtbank daarom van oordeel dat het Uwv ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiser bij zijn aanvraag geen nova heeft aangevoerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken