Rb. Limburg 28 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1287
Incidenteel vonnis in kartelzaak (follow-on-procedure) omtrent de volgende geschilpunten: 1) moet de zaak worden aangehouden totdat het College van Beroep voor het bedrijfsleven een eindoordeel heeft gegeven in een zaak tussen de ACM en de beweerde overtreders (gedaagden in deze zaak) van een kartelverbod; 2) het verzoek om inzage van eiseres in stukken van gedaagden; en 3) is eiseres (een Stichting waaraan beweerde slachtoffers van een kartel hun beweerde vorderingen op gedaagden stil hebben gecedeerd) bevoegd de haar stil gecedeerde vorderingen op gedaagden te innen, voordat de cessie aan gedaagden is medegedeeld en welke vereisten moeten in het kader van een stille cessie aan de mededeling worden gesteld?
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 20 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 161a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 612 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 850 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:34 BW6
- Artikel 7:414 BW7
- Artikel 3:94 BW3
- Artikel 6 Mededingingswet
- Artikel 101 VWEU
- Artikel 4
Aangehaalde uitspraken
- HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1761
- HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:945
- HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:946
- HR 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:600
- HR 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1841
- HR 23 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:428
- HR 26 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4995
- HR 15 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK0874
- HR 27 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2162
- HR 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9665
- HR 7 april 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1700
- HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1488
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2000:689
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:205
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:464
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:324
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2025:40