Rb. Limburg 13 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1201

Beslissing over een verzoek tot schadevergoeding op grond van artikel 44 Wet zorg en dwang Verzoeker verbleef op grond van artikel 21 Wet zorg en dwang in een verpleeghuis en stelt niet opgenomen te willen blijven. Volgens verzoeker had de zorgaanbieder moeten erkennen dat een vrijwillig verblijf op grond van artikel 21 Wzd niet langer mogelijk was en onverwijld een verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging moeten initiëren. De zorgaanbieder heeft dit nagelaten. De rechtbank overweegt dat verzet in de zin van de Wzd moet worden aangenomen als het gedrag van de cliënt duidelijk afwijkt van het bekende gedragspatroon en het bij de stoornis passende gedrag. Daaruit volgt dat de momenten van afwijzing binnen een grillig gedragspatroon, zoals bijvoorbeeld bij dementie het geval kan zijn, niet onmiddellijk hoeven te worden aangemerkt als zorg waartegen de cliënt zich verzet. Wordt het verzet echter met een zekere consistentie geuit, dan zal de zorgverlener het verzet serieus moeten nemen. De rechtbank oordeelt dat de wet in acht is genomen door de zorgaanbieder waardoor verzoeker niet onrechtmatig in de accommodatie heeft verbleven. De rechtbank heeft het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken