Rb. Limburg 1 oktober 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:10640

Beroep niet-ontvankelijk. Procesbelang ontbreekt. Zorg in natura over afgesloten periode. Geen aanwijzing van vooringenomen handelen. Gedrag gemachtigde eiseres heeft geschil verder verdiept en draagt niet bij aan oplossing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/1756
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2026
in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. H.B. Frenken),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nederweert, het college
(gemachtigden: mr. B.H.G. Dautzenberg-Dieteren, R. Theunissen en E. Gerasimova).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de toekenning van hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eiseres vindt het onduidelijk waarop de toekenning is gebaseerd. Volgens eiseres handelt het college vooringenomen en onzorgvuldig. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Het gaat om zorg in natura over een afgesloten periode in het verleden. Dat schade is geleden, heeft eiseres niet tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt.

Procesverloop 1. Het college heeft met het primaire besluit van 30 januari 2025 (besluit 1) voor de periode van 1 februari 2025 tot en met 31 mei 2025 hulp bij het huishouden toegekend voor 2 uur per week.

1.1 Met het primaire besluit van 23 mei 2025 (besluit 2) heeft het college voor de periode van 1 juni 2025 tot en met 31 augustus 2025 hulp bij het huishouden toegekend voor 2 uur per week.

1.2 Met het bestreden besluit van 12 augustus 2025 heeft het college het bezwaar tegen het primaire besluit van 30 januari 2025 gegrond verklaard en dit besluit herroepen.

1.3 In het besluit van 5 augustus 2025, verzonden op 12 augustus 2025, heeft het college voor de periode van 1 februari 2025 tot en met 31 januari 2025 hulp bij het huishouden toegekend voor 2 uur per week.

1.4 Met het besluit van 12 augustus 2025 heeft het college de dwangsom vastgesteld op € 253,-, omdat het bestreden besluit 11 dagen te laat is genomen.

1.5 Met een apart besluit van 12 augustus 2025 heeft het college het primaire besluit van 23 mei 2025 ingetrokken, omdat met het besluit van 12 augustus 2025 al is tegemoetgekomen aan de bezwaren van eiseres.

1.6 De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?

2 Eiseres woont samen met haar echtgenoot en meerderjarige zoon. Door de beperkingen die zij ervaart is ze snel vermoeid. Zij ontvangt sinds januari 2022 hulp bij het huishouden voor 2 uur per week. De toegekende indicatie werd jaarlijks verlengd. Na een huisbezoek op 21 januari 2025 werd de indicatie met besluit 1 opnieuw verlengd.

3 Hiertegen heeft de gemachtigde van eiseres bezwaar gemaakt. In bezwaar heeft hij naar voren gebracht dat het college geen onderzoek heeft verricht en dat het onduidelijk is waarom 2 uur is toegekend. Naar aanleiding van het bezwaar heeft het college aan Sociaal Medische Advisering (SMA) de opdracht gegeven om een onderzoek te verrichten. Omdat het onderzoek door SMA langer duurde dan verwacht, heeft het college met besluit 2 de indicatie verlengd. Ook tegen dit besluit heeft de gemachtigde van eiseres bezwaar gemaakt.

4 Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar gegrond verklaard. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat uit besluit 1 niet volgt op welke wijze de omvang van de maatwerkvoorziening is bepaald en of sprake is van een passende bijdrage conform de Wmo 2015. Het college heeft besluit 1 herroepen en met het besluit van 5 augustus 2025, verzonden op 12 augustus 2025 (besluit 3), een nieuw besluit genomen over de hulp bij het huishouden. Opnieuw is hulp bij het huishouden toegekend voor 2 uur per week, over de periode van 1 februari 2025 tot en met 31 januari 2026.

5 Op 12 augustus 2025 heeft het college nog twee besluiten genomen, namelijk een besluit waarin een dwangsom is toegekend vanwege niet tijdig beslissen op bezwaar. Verder heeft het college in een separaat besluit van 12 augustus 2025 het besluit 2 ingetrokken, omdat met besluit 3 is tegemoetgekomen aan de bezwaren.

De beroepsgronden

6 De gemachtigde van eiseres heeft een zeer omvangrijk beroepschrift ingestuurd van 87 pagina’s. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres de kern van het beroep, middels een pleitnotitie, als volgt verwoord. De betrokken ambtenaren houden stukken achter om de waarheid onder de mat te houden. Ondanks dat de gemachtigde deze ambtenaren meervoudig op hun leugens heeft gewezen, blijft men er structureel in volharden. Ten onrechte wordt de echtgenoot volledig buiten beeld gelaten, waardoor nimmer sprake is geweest van een fatsoenlijk besluit. De tijdlijn van de besluiten roept vragen op en laat zien dat de handelwijze van de betrokken ambtenaren opzettelijk foutief is. Het feit dat deze medewerkers onverminderd door mogen gaan zou voldoende redenen moeten zijn om alle besluiten en beslissingen van de gemeente per definitie te vernietigen. Deze personen hebben een eigenbelang, namelijk de boel zoveel als mogelijk schofferen om hun eigen handelwijze onder de mat te houden. Ook aan de omvang van de procedure heeft het college overduidelijk structureel en collectief geen boodschap. Dit raakt niet alleen eiseres, maar alle inwoners van de gemeente Nederweert. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres toegelicht dat zij onverminderd een belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Gerechtigheid, schadevergoeding en een vergoeding voor gemiste zorg zijn reële punten die eiseres nog kan bereiken. Op het moment van het indienen van het beroep, was de indicatieperiode nog niet voorbij.

Wat vindt de rechtbank?

7 De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiseres nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

7.1 Er is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het indienen van beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Niet het moment van het indienen van het beroep is daarbij maatgevend, maar het moment waarop de rechtbank uitspraak doet. Het is vaste rechtspraak dat het procesbelang kan vervallen.

7.2 Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Dat eiseres op zoek is naar “gerechtigheid” is een gesteld principieel belang, maar geen reëel belang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade als gevolg van de besluitvorming is geleden. Dit is vaste rechtspraak.

7.2 De door eiseres betwiste omvang van de toegekende huishoudelijke hulp heeft betrekking op een in het verleden liggende, afgesloten periode. Het met terugwerkende kracht toekennen van huishoudelijke hulp in natura is niet mogelijk. De stelling dat sprake is van achterstallig onderhoud maakt dit niet anders. Over een afgesloten periode in het verleden kán eenvoudig geen maatwerkvoorziening in natura worden geleverd. Als daadwerkelijk sprake is van achterstallig onderhoud, kan dit bij een toekomstige maatwerkvoorziening eventueel worden betrokken.

7.3 Verder is niet gesteld dat kosten zijn gemaakt voor (extra) geleverde huishoudelijke hulp. De rechtbank acht het daarom op voorhand onaannemelijk dat eiseres schade heeft geleden als gevolg van het bestreden besluit.

7.4 De rechtbank moet vervolgens de vraag beantwoorden of het aannemelijk is dat een inhoudelijk oordeel nog van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Dat is in dit geval niet zo. De indicatieperiode is beperkt omdat onderzoek moest plaatsvinden. Na afronding van dat onderzoek zal een nieuwe beslissing worden genomen. Bij deze stand van zaken heeft een inhoudelijk oordeel over de hulp bij het huishouden geen betekenis voor dat nieuwe besluit.

7.5 Ook de stelling dat de medewerkers van het college fundamentele rechten schenden, is onvoldoende om procesbelang aan te nemen. Dat is in dit geval alleen al zo, omdat de rechtbank hiervoor geen enkel aanknopingspunt ziet in de gedingstukken.

7.6 De betrokken ambtenaren waren ter zitting aanwezig. Zij hebben toegelicht zich ernstige zorgen te maken over eiseres. Sinds zij wordt bijgestaan door deze gemachtigde, hebben zij eiseres niet meer gezien of gesproken. De rechtbank stelt vast dat de manier van procederen door deze gemachtigde het geschil enkel verder verdiept en niet bijdraagt aan een constructieve oplossing. Wat wel bijdraagt aan een oplossing is een gesprek over welke hulp nodig is. Zo’n gesprek kan alsnog plaatsvinden tussen partijen. Het is belangrijk dat eiseres daarbij zelf aanwezig is.

Conclusie en gevolgen

8 Uit voorgaande overwegingen volgt dat eiseres geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

9 Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, krijgt eiseres geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.P. Jacobs, rechter, in aanwezigheid van A. Hammes, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2026

griffier
rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 1 oktober 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Aangehaalde uitspraken