Rb. Limburg 29 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:7475
Aanvraag kinderbijslag gedeeltelijk afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat de oudste dochter in het tweede kwartaal van 2024 behoort tot het huishouden van de vader. Vader en dochter verbleven toen immers feitelijk op hetzelfde adres, zijnde dat van de ouders van de vader. Dit betekent dat de Svb de kinderbijslag voor dit kind gelet op artikel 18, vierde lid, van de AKW terecht niet aan eiseres uitbetaalt. Nu verder beide ouders bijdragen in de kosten van haar levensonderhoud op de wijze zoals bepaald in de rechterlijke beschikkingen van december 2023 en april 2024, heeft de Svb, gelet op artikel 10, eerste lid, voormeld, terecht bepaald dat eiseres 50 % krijgt uitbetaald van de voor dit kind geldende kinderbijslag. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl