Rb. Limburg 9 mei 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:4522

Verweerder heeft aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen, het splitsen en het uitbreiden van een woning. Eisers zijn het niet eens met deze verleende omgevingsvergunning. De voorzieningenrechter is van oordeel dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en heeft daarom onmiddellijk uitspraak gedaan in de hoofdzaak (kortsluiten). De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat verweerder de vergunning terecht aan de vergunninghoudster verleend. De vergunning is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast slagen ook de andere beroepsgronden van eisers over een historische muur, participatie en een alternatief plan niet. Eisers krijgen dus geen gelijk en hun beroep is daarom ongegrond. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken