Rb. Limburg 6 mei 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:4356
De derde-partij heeft een verzoek om openbaarmaking ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Hij heeft verzocht om documenten of informatie in het kader van de bestuurlijke aangelegenheid “burgemeester”. Het college van B en W (het college) heeft bij besluit van 14 juli 2022 besloten tot gedeeltelijke openbaarmaking van in totaal 1.105 documenten. Eiser was het daar niet mee eens en heeft tegen dit besluit van 14 juli 2022 bezwaar gemaakt. Hangende de bezwaarschriftprocedure heeft hij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft bij uitspraak van 19 september 2022 (ECLI:NL:RBLIM:2022:7087; ROE 22/1575) het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Het college heeft vervolgens op 29 november 2022 beslist op het bezwaar van eiser en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het besluit van 29 november 2022 beroep ingesteld en de voorzieningenrechter opnieuw verzocht een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat hangende het beroep de informatie (gedeeltelijk) openbaar wordt gemaakt. De voorzieningenrechter heeft gebruik gemaakt van haar bevoegdheid om naast het verzoek om een voorlopige voorziening tevens te beslissen op het beroep. Anders dan het college is de voorzieningenrechter van oordeel dat eiser belang heeft bij het voeren van deze gerechtelijke procedure. Het feit dat hij zijn zienswijze integraal in de procedure heeft ingebracht, betekent niet dat hij dit document voor eenieder openbaar heeft gemaakt in het kader van de Wet open overheid (Woo). Voor wat betreft het merendeel van de beroepsgronden heeft de voorzieningenrechter verwezen naar de hiervoor genoemde uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 september 2022, omdat eiser in deze procedure enkel zijn beroepsgronden heeft herhaald zonder aan te geven waarom hij het met dat oordeel niet eens is. In deze procedure heeft eiser (als nieuwe beroepsgrond) aangevoerd dat hij tijdens de hoorzitting in de bezwaarfase ernstig in zijn belangen is geschaad, omdat het horen heeft plaatsgevonden door een kantoorgenoot van de gemachtigde van het college in de persoon van voorzitter en een medewerker van het kantoor als secretaris. Het kantoor dat onrechtmatig over de stukken beschikt in het kader van de Woo, aldus eiser. Het heeft eisers voorkeur om gehoord te worden door een onafhankelijke adviescommissie omdat hij in die setting duidelijker kan toelichten wat zijn belang is bij het niet openbaar maken van de documenten, aldus eiser. De voorzieningenrechter volgt eiser hierin niet. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de gemeente de nodige maatregelen en waarborgen getroffen om voor eiser een veilige setting te creëren om de gestelde bedreigingen nader te onderbouwen. Het beroep is ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl