Rb. Limburg 24 april 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:3916

Last onder dwangsom verbouwing stallen. Kortsluiting door voorzieningenrechter. Ten onrechte bij beslissing op bezwaar Wabo toegepast in plaats van Omgevingswet. Het bezwaarschrift uit 2021 tegen de verleende (later herroepen) omgevingsvergunning voor de stallen tevens beschouwen als verzoek om handhaving – omdat daarin wordt gevraagd de stallen geheel te laten slopen – en de last onder dwangsom uit 2024 zien als een besluit op dat verzoek acht de voorzieningenrechter een te ruime uitleg van het overgangsrecht. Last onder dwangsom is daarom een ambtshalve genomen besluit waarop de Omgevingswet van toepassing is. De voorzieningenrechter gaat wel over tot inhoudelijke beoordeling omdat er materieel geen relevant verschil is en het primaire besluit wel op de Omgevingswet was gebaseerd. De bouwwerkzaamheden zijn niet verguningvrij wat betreft de omgevingsplanactiviteit en dus terecht als overtreding aangemerkt. De lopende hoger beroepsprocedure tegen de weigering van de omgevingsvergunning levert geen concreet zicht op legalisatie op. Onvoldoende gemotiveerd dat handhavend optreden evenredig is. Met de last onder dwangsom wordt namelijk het door het college beoogde doel – behoud of herstel van openheid van het landschap – niet bereikt. De stallen zelf zijn legaal door een begin jaren ’70 verleende vergunning en vallen sinds 1997 onder het overgangsrecht en zijn in een opvolgend bestemmingsplan opnieuw onder het overgangsrecht gebracht. Het college had moeten motiveren waarom dit geen bijzondere omstandigheden zijn en waarom desondanks de aanpassingen aan de stallen ongedaan moeten worden gemaakt, terwijl het college daarvoor aanvankelijk een vergunning had verleend en die zonder inhoudelijke motivering heeft herroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken