Rb. Limburg 27 augustus 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:12697
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een geldleningsovereenkomst tussen partijen. Echter, de gelden die vóór 1 januari 2017 zijn uitgeleend zijn verjaard. Voor het overige deel van de vordering wordt eiser in de gelegenheid gesteld een akte te nemen met daarin een overzicht van de uitgeleende bedragen vanaf 1 januari 2017. Vermeerderd met de geldende wettelijke rente.
De uitspraak op rechtspraak.nl