Rb. Limburg 23 december 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:9861
Beroep tegen de hoogte van het bedrag dat eiser maandelijks moet aflossen op zijn geldschuld bij de Svb. Het laatste (en laagst) vastgestelde aflossingsbedrag van € 122,29 vindt hij te hoog, gelet op hoge energiekosten, stijgende woonlasten en dure boodschappen. De rechtbank heeft dat standpunt van eiser opgevat als een beroep op artikel 3, zevende lid, van de Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen. De rechtbank volgt de Svb in het standpunt dat in het geval van eiser niet kan worden gesproken van een ‘kennelijk onredelijk resultaat’ als bedoeld in dat artikellid. Het beroep is ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl