Rb. Limburg 23 december 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:9857

Beroep van eiseres tegen de aflossingsbedragen die de Svb heeft vastgesteld. De rechtbank heeft het standpunt van eiseres (die in een verzorgingsinstelling woont), dat bij het vaststellen van de maandelijkse aflossingsbedragen rekening moet worden gehouden met een menselijk oogpunt, opgevat als een beroep op artikel 3, zevende lid, van de Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen. De rechtbank volgt de Svb in het standpunt dat in het geval van eiseres niet kan worden gesproken van een ‘kennelijk onredelijk resultaat’ als bedoeld in dat artikellid. Hierbij wijst de rechtbank er net als de Svb op dat eiseres niet is benadeeld met de maandelijkse aflossingsbedragen zoals die door de Svb zijn bepaald. Het beroep is ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken