Rb. Limburg 5 juli 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:4040
Beroep tegen een wijziging van de watervergunning. De rechtbank is (ambtshalve) van oordeel dat er sprake is van rechtsopvolging en eiseres door overname van het beroep procespartij is. De beroepsgrond dat het rapporteren over de concentraties van alle vrijkomende stoffen bij voorzienbare bijzondere bedrijfsomstandigheden geen redelijk doel dient slaagt niet, omdat die verplichting niet voor alle stoffen geldt maar alleen in het geval als er nadelige gevolgen zijn voor het oppervlaktewater. De beroepsgrond over de immissietoets slaagt (in verband met het StAB-advies) wel omdat die toets niet effectief is. De rechtbank volgt voorts het standpunt van eiseres over de goedkeuringsverplichting. Daarvoor is geen (expliciete) wettelijke basis en de procedure daarvoor is te onzeker en te onwerkbaar. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit deels en voorziet zelf in de zaak.
De uitspraak op rechtspraak.nl