Rb. Limburg 28 november 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:6955

Ontheffingen van het verbod in de Wet natuurbescherming (Wnb) om konijnen en vossen te doden en te vangen, hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen; verleend voor de gevolgen die graafschade door konijnen en vossen voor de openbare veiligheid en het algemeen belang hebben. De ontheffingen zijn verleend voor ruime toepassing, voor veel verschillende situaties waarin de gevolgen van de (dreigende) graafschade van uiteenlopend gewicht en impact zijn, zonder dat op voorhand vaststaat dat en vooral welke andere bevredigende oplossingen voor de concrete situatie gevergd worden alvorens de ontheffing wordt doorgeschreven, maar ook zonder dat verweerder de inzet van andere bevredigende oplossingen in de concrete situatie heeft beoordeeld. Anders dan verweerder heeft verklaard is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter toch in de praktijk sprake van een beoordeling van de inzet van andere bevredigende oplossingen door de FBE, terwijl de wijze waarop de FBE deze vragen moet beantwoorden niet is vastgelegd of ingekaderd, anders dan met algemene uitgangspunten. Daarnaast is het door deze werkwijze ook niet mogelijk het feitelijke gebruik van de ontheffing en concreet de feitelijke afwegingen over de inzet van andere bevredigende oplossingen aan de rechter voor te leggen. De voorzieningenrechter acht een verminderde rechtsbescherming in acute situaties te rechtvaardigen (zoals ook is opgenomen in voorschrift 2, laatste volzin). Dit is ook te rechtvaardigen in situaties waarin de gevolgen van de graafschade in dijklichamen en andere infrastructurele werken en bij de aanwezigheid van leidingen grote en ernstige (maatschappelijke) gevolgen kunnen hebben. In de andere gevallen, die minder acuut zijn en waarvoor wellicht ook andere oplossingen denkbaar zijn (te denken valt aan sluiting) is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder de verleende ontheffingen onvoldoende heeft gemotiveerd voor zover andere bevredigende oplossingen kunnen en moeten worden ingezet voordat van de ontheffingen gebruik wordt gemaakt. De gegeven algemene motivering en het overlaten van de beoordeling aan de FBE zonder duidelijke richtlijnen over de (wijze van) inzet van andere bevredigende oplossingen kan de beslissing tot het verlenen van de ontheffing niet dragen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen