Rb. Limburg 12 september 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:5412
Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uur subsidiair 60 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 10 jaar wegens het medeplegen van overtreding van artikel 2.2, lid 8 Wet Dieren. Daarnaast is aan verdachte een houdverbod (m.u.v. maximaal 5 honden) en een fokverbod opgelegd en verdachte moet de identificerende gegevens van iedere hond in de aanwezige roedel verstrekken aan de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming. Lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd wegens het opleggen van een langere proeftijd.
De uitspraak op rechtspraak.nl