Rb. Limburg 18 juli 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:4166
Verweerder heeft de aanvraag van eiseres om toelating tot de Regeling internationaal handelsverkeer, zoals neergelegd in artikel 1k van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (BuWav) terecht afgewezen. Eiseres wil een Pools bedrijf inschakelen, waar ook vreemdelingen uit derde landen (geen Europese Unie bewoners) werkzaam zijn. Op grond van artikel 1e , aanhef en onder c, van het BuWav mogen dienstverleners gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie ten behoeve van grensoverschrijdende dienstverlening in Nederland werken met werknemers uit een land, waarvoor geen vrij verkeer van werknemers geldt (derdelanders). Een tewerkstellingsverguning is dan niet nodig. Eiseres heeft er echter zelf voor gekozen om de arbeid, die valt onder artikel 1e, aanhef en onder c, van het BuWav, onder te brengen in een traject in het kader van het internationaal handelsverkeer in de zin van artikel 1k van het BuWav. Dit betekent – anders dan eiseres stelt – dat de bedoelde arbeid getoetst moet worden aan alle voorwaarden van dit artikel en dus ook aan het criterium dat de werkzaamheden niet concurrent mogen zijn met prioriteitgenietend arbeidsaanbod. De Regeling internationaal handelsverkeer is niet in strijd met het Europees recht, omdat eiseres er zelf voor heeft gekozen om een aanvraag ex artikel 1k van het BuWav in te dienen (terwijl er ook een vrijstelling van toepassing is). Geen geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel. Het verzoek van eiseres om de volledige kosten van deze procedure op grond van artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht vergoed te krijgen, wordt afgewezen. Beroep ongegrond
De uitspraak op rechtspraak.nl