Rb. Limburg 10 mei 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:2992

Tussenuitspraak met herstelmogelijkheid voor verweerder. Omgevingsvergunning voor het oprichten van een seizoensgebonden horecavoorziening. Het bestreden besluit is te laat beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening. De rechtbank ziet echter aanleiding om dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de vergunde afwijking van de beheersverordening enkel ziet op de horecavoorziening met bijbehorende (terras)voorzieningen met een totale oppervlakte van ongeveer 400 m² en niet op het gehele perceel van 10.000 m². Gelet hierop was een verklaring van geen bedenkingen niet vereist en is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het plan tast de kernwaarden van de bronsgroene landschapszone niet aan. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat de verkeersveiligheid in de omgeving niet in het gedrang komt. De beroepsgronden over stikstof, overstromingsrisico en bodem kunnen niet tot een vernietiging van de omgevingsvergunning leiden, omdat het relativiteitsvereiste hieraan in de weg staat. De correctie-Widdershoven over de toepassing van het relativiteitsvereiste is reeds niet van toepassing, omdat geen sprake is van gelijke gevallen. De rechtbank volgt eisers niet in hun stelling dat de verdeling voetgangers, fietsers en auto’s in het bestreden besluit niet is onderbouwd. Met verweerder volgt de rechtbank eisers niet in hun betoog dat in het akoestisch onderzoek het stemgeluid niet is meegenomen. De rechtbank is van oordeel dat gelet op 1) de afstand van de steiger tot de percelen van eisers, 2) de lengte van de steiger waardoor niet meer dan vier kleine boten kunnen aanleggen en 3) de beperkte vaarsnelheid ter plaatse, verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de geluidbelasting van aan- en afmerende boten niet zal leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat van eisers. Wat betreft de verkeersaantrekkende werking van gemotoriseerde boten die langs de woningen van de eisers varen, oordeelt de rechtbank dat verweerder ten onrechte niet heeft beoordeeld of het geluid van die boten moet worden meegenomen bij de geluidsbeoordeling als indirecte hinder of dat deze wellicht in het heersende vaarverkeersbeeld opgaan. Gelet hierop is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken