Rb. Limburg 8 november 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:8750

De voorzieningenrechter schorst het besluit van de SVB waarbij toepassing is gegeven aan een ongepubliceerde coulanceregeling in verband met nieuwe wettelijke regels over vaststelling van de beslagvrije voet. Als gevolg van die regels wordt in dit geval een vordering van de SVB verrekend met de maandelijkse AOW-uitkering van verzoekster, terwijl daarvoor op grond van de vroegere regels geen ruimte was. De vragen die bij de voorzieningenrechter zijn gerezen over de juridische grondslag, achterliggende bedoeling en reikwijdte van de coulanceregeling, lenen zich niet goed voor beantwoording in deze zaak. De beoordeling wordt daarom beperkt tot een belangenafweging. Uit het oogpunt van realistische en effectieve rechtsbescherming houdt de voorzieningenrechter daarbij rekening met de economische, maatschappelijke en politieke werkelijkheid van dit moment. Ondanks de compensatiemaatregelen die de overheid voor dit jaar en volgend jaar neemt, is het mogelijk dat verzoekster zowel in de laatste maanden van dit jaar als volgend jaar zal worden geconfronteerd met een stijging van energiekosten van netto € 180,- tot 200,- per maand. Gelet op voormelde vragen die tevens de concrete financiële situatie van verzoekster raken, laat de voorzieningenrechter voor de komende maanden het belang van verzoekster bij een (tijdelijke) schorsing van de aflossingsverplichting zwaarder wegen dan het belang van de SVB bij een zo snel mogelijke aflossing.

De uitspraak op rechtspraak.nl