Rb. Limburg 13 september 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:6960

Ter voorkoming van achteruitgang als gevolg van de nieuwe regels over inkomen naast uitkering die per 1 januari 2021 in de Wajong zijn opgenomen is tevens een regeling over een garantiebedrag ingevoerd. Het Uwv heeft geweigerd om voor een Wajonger die in 2020 inkomen had uit een onderneming, al in 2021 een definitief garantiebedrag vast te stellen of een voorlopig garantiebedrag vast te stellen op basis van een daarover besproken voorstel. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het Uwv daarbij conform de bedoeling van de wetgever het standpunt heeft ingenomen dat bij de vaststelling van het garantiebedrag moet worden uitgegaan van het inkomen over 2021 en dat dit inkomen pas vastgesteld kan worden na de aanslag van de Belastingdienst over dat jaar. Het betoog dat bij wijze van maatwerk in dit geval een andere periode in aanmerking moet worden genomen, slaagt niet. Ook bij de voorlopige vaststelling van een garantiebedrag moet het in 2021 (te verwachten) inkomen van een zelfstandige uitgangspunt zijn. Het beroep op het vertrouwensbeginsel treft evenmin doel, omdat geen sprake is van een toezegging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken