Rb. Limburg 5 augustus 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:6045

Weigering ontheffing van het verbod om spreeuwen te vangen en te doden ten behoeve van de bessenteelt. Het dragende punt van het bestreden besluit is de toets aan artikel 3.3, vierde lid, van de Wnb, waaruit volgt dat ontheffingen pas mogelijk zijn als er, voor zover hier relevant, geen andere bevredigende oplossing bestaat. Bij die toetsing komen vragen aan de orde waarvan de beoordeling het kader van onderhavige voorlopige voorzieningenprocedure hangende bezwaar te buiten gaan. De voorzieningenrechter weegt de belangen van verzoekers bij het beschermen van hun oogsten voor de resterende duur van het oogstseizoen zwaarder dan het meer principiële belang van verweerder, terwijl partijen het er over eens zijn dat de gevraagde ontheffing voor gebruik van vangkooien, met gefokte lokvogels, diervriendelijk en efficiënt is. Voorlopige voorziening getroffen dat de gevraagde ontheffingen moeten worden geacht te zijn verleend onder dezelfde voorschriften als in de besluiten van 21 maart 2021 is gebeurd, met dien verstande dat gebruik wordt gemaakt van gefokte lokvogels.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken