Rb. Limburg 1 juli 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:4997
Definitieve berekening en terugvordering zorgtoeslag en huurtoeslag 2019. Hoorplicht in bezwaar is geschonden, maar wordt gepasseerd. Verweerder heeft X terecht op grond van artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Awir in de periode 1 januari 2019 tot 10 maart 2019 als toeslagpartner van eiser aangemerkt. De teveel betaalde toeslag is terecht bij eiser in plaats van bij X teruggevorderd, want eiser heeft toeslag aangevraagd en ontvangen en van oninbaarheid van de vordering bij eiser is niet gebleken. Terecht geen kosten van bezwaar vergoed, want verweerder mocht afgaan op gegevens gemeentelijke basisadministratie en kreeg pas in bezwaar van eiser kennis dat X al op 10 maart 2019 was verhuisd. Beroep ongegrond, maar wel vergoeding van het griffierecht en van de in beroep gemaakte proceskosten omdat hoorplicht is geschonden en schadevergoeding voor overschrijding redelijke termijn wordt toegekend. In dictum bepaling opgenomen over ingangsdatum wettelijke rente in verband met proceskostenvergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl