Rb. Limburg 14 januari 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:398

Afwijzing verzoek OM tot doorhaling van de latere vermelding betreffende de erkenning en over te gaan tot verbetering van een geboorteakte (artikel 1: 24 lid 1 BW). De moeder, de biologische vader en het kind hebben de Duitse nationaliteit en hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland (de rechtbank, locatie Maastricht is relatief bevoegd). Het kind is staande huwelijk vlak voor de echtscheiding van de moeder en haar echtgenoot, geboren. De biologische vader heeft, blijkens de Nederlandse geboorteakte en de latere vermelding betreffende de erkenning, het kind naar Duits recht voor de geboorte erkend met toestemming van de moeder en de echtgenoot (artikel 1599 Bürgerliches Gesetzbuch). De rechtbank past niet artikel 10:92 BW (het ontstaan van een familierechtelijke betrekking door huwelijk) toe, maar artikel 10:95 BW (het ontstaan van een familierechtelijke betrekking door erkenning). Er is gelet op de wetsgeschiedenis geen rangorde tussen beide artikelen en de gemeenschappelijke nationaliteit geeft een aanknopingspunt dat het meest past bij de feitelijke en de juridische situatie van de moeder, de biologische vader en het kind. De erkenning is rechtsgeldig tot stand gekomen. Veroordeling OM in de kosten van de procedure aan de zijde van de ouders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen