Rb. Limburg 18 januari 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:332

Compensatie transitievergoeding. Aan de orde is de vraag of het recht op compensatie voor een betaalde transitievergoeding aan een langdurig zieke werknemer op € 0,- mag worden vastgesteld in de situatie dat het wettelijk opzegverbod eindigt vôôr 1 juli 2015 en de arbeidsovereenkomst is beëindigd ná die datum. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit in strijd is met het bepaalde in artikel 7:673e, tweede lid, van het BW. Artikel 7:673e, tweede lid, van het BW dient niet zo uitgelegd te worden als het Uwv dat doet, namelijk dat bepalend zou zijn voor de omvang van de compensatie of de termijn van twee jaar van het opzegverbod verstreken is vóór of na 1 juli 2015. Een dergelijke uitleg zou er op neerkomen dat in een geval als dat van eiseres niet zozeer de hoogte van de compensatie wordt vastgesteld, maar dat een extra verleningsvoorwaarde wordt gesteld. Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat als het einde van het reguliere opzegverbod wegens ziekte vóór 1 juli 2015 is gelegen, zoals in dit geval, dit niet in de weg staat aan compensatie van een over de voorafgaande periode opgebouwde transitievergoeding. Beroep gegrond; vernietiging van het bestreden besluit; geen bestuurlijke lus.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken