Rb. Limburg 13 april 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:3250
Artikelen 3:3, 3:4, 5:9, 5:17 en 6:4 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) Artikel 2.3 Wet forensische zorg (Wfz) Ontvankelijkheid verzoek Een eerdere beslissing op grond van artikel 2.3 van de Wfz staat de ontvankelijkheid van het verzoek van de officier van justitie op grond van artikel 5:17 Wvggz niet in de weg. Geen recente medische verklaring, wel een eerdere nog actuele medische verklaring Het ontbreken van een recente medische verklaring omdat betrokkene zich niet heeft willen laten onderzoeken komt voor rekening en risico van betrokkene en staat onder omstandigheden het verlenen van een zorgmachtiging niet in de weg. De rechtbank verwijst in dit verband naar het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2029, rov. 3.1.3 en 3.1.4 (ECLI:NL:HR:2020:1509). Onderbouwing in casu met een eerdere medische verklaring. Deze medische verklaring is, gelet ook op de recente informatie over betrokkene, nog actueel. Voorlopige diagnose en opname voor nader diagnostisch onderzoek In de eerdere medische verklaring wordt een psychische stoornis vastgesteld bij betrokkene en de psychiater komt tot een voorlopige diagnose. Daarmee voldoet de medische verklaring aan het bepaalde in artikel 5:9, eerste lid, onder a, van de Wvggz. Betrokkene verzet zich en onttrekt zich al langer aan de benodigde zorg en staat bekend als zorgmijder. Dat maakt dat alleen nader diagnostisch onderzoek in een gedwongen kader kans van slagen zal hebben en kan bewerkstelligen dat betrokkene vervolgens adequate behandeling en/of hulp gaat krijgen en wellicht hulp gaat accepteren.
De uitspraak op rechtspraak.nl