Rb. Limburg 6 april 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:2683

Eiser had geen vaststelling subsidie gevraagd. Verweerder heeft ambtshalve de subsidie op een lager bedrag kunnen vaststellen dan het verleende voorschot, omdat de door eiser gedeclareerde kosten niet waren gericht op het behoud van het rijksmonument en zijn monumentale waarden en dus niet subsidiabel waren. Verweerder had niet eerder tot vaststelling van de subsidie kunnen overgaan en heeft ook niet stilgezeten. De stelling van eiser dat hij in bewijsnood is komen te verkeren, treft geen doel. Subsidiebedrag verkeerd en dwangsomvergoeding te laag vastgesteld. De rechtbank heeft op deze twee punten zelf in de zaak voorzien. Overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken