Rb. Limburg 16 maart 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:1908
Goederenrecht, komt de veilingkoper een beroep toe op goede trouw per datum levering van twee percelen? Deze vraag wordt door de rechtbank ontkennend beantwoord omdat de veilingkoper er - vóór het moment van levering aan haar - mee bekend was dat gedaagde een rechtsvordering had ingesteld ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak die de rechtstoestand van de registergoederen (de percelen) betrof. Daarmee is niet voldaan aan één van de vereisten van artikel 3:88 BW. De veilingkoper is geen eigenaar geworden van de percelen. Gedaagde moet worden geacht de eigenaar te zijn. Ook het beroep op de artt. 3:24 jo. 3:26, 3:35 jo. 3:36 slaagt niet. Afwijzing vordering in conventie en toewijzing vordering in reconventie.
De uitspraak op rechtspraak.nl