Rb. Limburg 9 februari 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:1726

Aanwezigheid van verdovende middelen en wapens levert een tekortkoming in de nakoming op. Er is last onder bestuursdwang opgelegd en de woning is voor de duur van drie maanden gesloten. De gevorderde ontbinding en ontruiming wordt echter afgewezen omdat de aangetroffen hoeveelheid verdovende middelen wijst op een handelshoeveelheid en dat gedaagden daarom handelen in verdovende middelen. Dit standpunt is echter onvoldoende feitelijk onderbouwd. De verklaring die gedaagden geven, te weten dat zij sparen om zo een grotere hoeveelheid voor eigen gebruik te kunnen kopen, is immers niet uitgesloten. De verhuurder stelt dat de politie meldingen heeft ontvangen over het vermoeden van drugshandel vanuit het gehuurde. Over de hoeveelheid meldingen en in welke frequentie en periode deze zijn ontvangen, is niets gesteld. Ook blijkt dit niet uit het overgelegde proces-verbaal van politie. Verder geldt dat in zijn algemeenheid aangenomen kan worden dat drugshandel overlast en verloedering van de wijk met zich brengt. Of hiervan in dit geval ook sprake is, is niet gebleken. De verhuurder heeft hierover niets en elk geval niets onderbouwd gesteld. Ook staat vast dat in de woning geen hennepplantage aanwezig was, zodat van stankoverlast of diefstal van elektriciteit geen sprake is. Verder weegt het woonbelang van gedaagden met drie minderjarige kinderen, waarbij het oudste kind hulpverlening krijgt vanwege de psychische druk, zwaarder dan het belang van de verhuurder. Daarbij geldt dat de belangen van de omwonenden niet in het gedrang zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen