Rb. Limburg 6 december 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:10026
Met de verdediging en de officier van justitie heeft de rechtbank geconstateerd dat het gewezen vonnis en de uitspraak in hoger beroep en cassatie zich niet in het dossier bevinden. Uit stukken van de verdediging blijkt bovendien dat de persoon bij het in het verzoek genoemde vonnis is vrijgesproken. De rechtbank is van oordeel dat het gewezen vonnis en de uitspraak in hoger beroep en cassatie noodzakelijk zijn voor het in overweging kunnen nemen van het verzoek tot uitlevering, zoals dit ook in de Uitleveringswet is bepaald. Door het ontbreken van deze stukken is de rechtbank niet in staat om vast te stellen dat de betrokken rechterlijke beslissing vatbaar is voor tenuitvoerlegging. De rechtbank verklaart de uitlevering van de persoon dan ook ontoelaatbaar wegens ongenoegzaamheid van de stukken.
De uitspraak op rechtspraak.nl