Rb. Limburg 20 december 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:9664

Belanghebbende, overtreding omgevingsvergunning en Activiteitenbesluit milieubeheer, wijze van vaststelling van de overtreding, vertrouwensbeginsel, toepassing zeer spoedeisende bestuursdwang, belangenafweging, evenredigheidsbeginsel. Betreft beroep tegen een besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg (verweerder) waarbij de toepassing van zeer spoedeisende bestuursdwang wegens binnen de inrichting gepleegde overtredingen van de voor de inrichting geldende omgevingsvergunning en het Activiteitenbesluit milieubeheer op schrift is gesteld en aan één van de eisers is kenbaar gemaakt. De rechtbank overweegt dat sprake is van overtredingen ter zake waarvan verweerder bevoegd was handhavend op te treden. De wijze van vaststelling van de overtredingen was valide en het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt volgens de rechtbank niet. De rechtbank is echter van oordeel dat de situatie niet zo spoedeisend was dat die de toepassing van bestuursdwang zonder voorafgaande last en zonder het bestuursdwangbesluit vooraf op schrift te stellen rechtvaardigde. De rechtbank overweegt dat een lichter middel voorhanden was, dat verweerder daarmee had kunnen volstaan en dat aan het besluit een ontoereikende afweging van de in aanmerking te nemen belangen ten grondslag ligt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken