Rb. Limburg 24 november 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:8899
Voorzieningenrechter beslist in een tweetal zaken nadat verzoeker vanuit de forensische zorg dakloos is geworden en niet in staat is zelf in onderdak te voorzien. Bij verzoeker is sprake van psychiatrische problematiek. In één procedure werd getracht verzoeker onder te brengen in een voorziening op grond van de Wet langdurige zorg. Het CIZ heeft geconcludeerd dat verzoeker geen recht heeft op zorg op grond van deze wet. De voorzieningenrechter is van oordeel dat van de zijde van verzoeker onvoldoende medische informatie is verstrekt om te kunnen concluderen dat het CIZ het besluit onzorgvuldig heeft voorbereid en in bezwaar geen stand kan houden. In de tweede procedure heeft verzoeker zich tot de gemeente gewend voor noodopvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat verzoeker gebruik kan maken van de algemene voorziening MOVEOO. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit besluit geen stand kan houden. Het college dient eerst te onderzoeken of de algemene voorziening passend is. Op basis van het dossier en het onderzoek ter zitting, waar verzoeker zelf ook aanwezig was, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter deze algemene voorziening op dit moment niet passend. Het college zal nader onderzoek dienen te verrichten, zo mogelijk met gebruikmaking van de expertise van de verantwoordelijke centrumgemeente. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het college per direct passende opvang binnen haar gemeente dan wel de centrumgemeente dient te verlenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl