Rb. Limburg 9 november 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:8414
Verweerder heeft aan eiser een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend. De rechtbank is van oordeel dat uit de brief van eiser duidelijk blijkt dat hij verzoekt om een uitbreiding van de oude indicatie en niet om een verlenging. Verweerder heeft de oude indicatie zonder enige vorm van onderzoek verlengd. Naar het oordeel van de rechtbank is dit een gebrek in de besluitvorming van verweerder. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tot stand gekomen. De aanvullende motivering in het bestreden besluit en de gegeven motivering ter zitting kunnen het bestreden besluit evenmin redden. Het bestreden besluit is daarom ook in strijd met artikel 7:12 van de Awb. Om de gebreken te herstellen, moet verweerder vaststellen wat de hulpvraag is, welke problemen door eiser worden ondervonden en welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is. Daarbij is verweerder gehouden het door de CRvB uitgeschreven stappenplan te volgen. Ook zal verweerder rekening moeten houden met zijn eigen regels die zijn vastgelegd in de Verordening en de Nadere regels. Die bepalingen leggen overigens niet alleen verplichtingen op aan verweerder, maar gelden ook als uitgangspunt voor de voorwaarden die gelden bij verstrekking van een maatwerkvoorziening als pgb. Ook moet verweerder onderzoeken dan wel motiveren welk uurtarief op de geleverde zorg door de gemachtigde van eiser van toepassing is.
De uitspraak op rechtspraak.nl