Rb. Limburg 29 september 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:7389
Kort geding, art. 770b Rv , maritale beslagen, loonbeslag, veroordeling van de man in betaling van proceskosten van de vrouw. Partijen zijn getrouwd geweest in wettelijke gemeenschap (huwelijksgemeenschap). Voordat de (definitieve) verdeling van de huwelijksgemeenschap plaatsvond, heeft de man de gezamenlijk in eigendom zijnde woning verkocht en verzuimd de helft van de resterende overwaarde aan de vrouw te betalen (circa € 50.150,--). De man heeft met het geld een nieuwe woning voor zichzelf gekocht. De man erkent dat hij de helft van de overwaarde aan de vrouw had moeten betalen. De vrouw heeft (maritaal) beslag doen leggen op die nieuwe woning en op vermogensbestanddelen onder derden. Ex art. 770b Rv is het maritale beslag op een ABN AMRO bankrekening van rechtswege vervallen, nu het Hof bij beschikking van 29 juli 2021 het saldo van die rekening aan de man heeft toebedeeld onder verplichting de helft ervan (plus rente) aan de vrouw te betalen. Het overige beslag onder ABN AMRO betreft een conservatoir en geen maritaal beslag, zodat om die reden de vordering niet kan worden toegewezen. Het (conservatoire en dus niet het maritale) beslag op de woning treft hetzelfde lot. De man heeft onvoldoende gesteld met betrekking tot het opheffen van het loonbeslag, zodat dit wordt afgewezen. De voorzieningenrechter acht omstandigheden aanwezig om de man te veroordelen tot betaling van de proceskosten van de vrouw.
De uitspraak op rechtspraak.nl