Rb. Limburg 23 september 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:7273

Trefwoorden: gefaseerde verlening omgevingsvergunning, strijdig gebruik, belanghebbende, Aarhus, relativiteit, spoedeisend belang, belangenafweging. Betreft verzoeken om een voorlopige voorziening hangende beroep van diverse omwonenden tegen een omgevingsvergunning fase 2 voor de uitbreiding van een varkenshouderij met mestverwerking. Verzoekers betogen dat de (bouw)omgevingsvergunning fase 2 in strijd met het bestemmingsplan is verleend. De voorzieningenrechter overweegt dat deze vraag zich niet leent voor beantwoording in deze procedures. Zij wijst de verzoeken na een belangenafweging af. Daarbij is onder meer in aanmerking genomen dat het bestreden besluit geen onomkeerbare gevolgen heeft, dat verzoekers vrezen voor een verdere toename van geurhinder en aantasting van hun woon- en leefklimaat door de uitbreiding van de mestverwerking maar dat de rechtbank op korte termijn separaat uitspraak zal doen over de (milieu)omgevingsvergunning fase 1 en dat het grote gevolgen voor de vergunninghouder zou hebben als hij nu gedwongen zou worden de mestverwerking te staken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken