Rb. Limburg 8 september 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:6901
Afwijzing tegemoetkoming in het kader van de (derde tranche van de) NOW3.0. - Niet ter discussie staat dat er over de refertemaanden juni en april 2020 geen loongegevens in de polisadministratie geregistreerd staan. Eiseres huurde toen haar personeel nog in via het payrollbedrijf. Het personeelslid voor wie de subsidie is gevraagd, is pas per 14 september 2020 in dienst getreden, hetgeen logischerwijs niet zichtbaar was in de loongegevens over de refertemaanden juni en april 2020. Aldus is in het geval van eiseres (onweersproken) sprake van de weigeringsgrond van artikel 10, aanhef en onder c, van de NOW3.0. Hoewel het de rechtbank duidelijk is dat de NOW-regeling in het geval van eiseres zeer nadelig uitpakt, ziet zij geen ruimte om het bestreden besluit te vernietigen. NOW3.0 heeft noodgedwongen een algemeen karakter, waarbij maatwerk niet of nauwelijks mogelijk is. De regelgever heeft er daarom bewust voor gekozen om geen hardheidsclausule op te nemen die een uitzondering op — in dit geval - een weigeringsgrond mogelijk maakt. Gelet op die gemotiveerde en bewuste keuze van de regelgever bestaat geen aanleiding om te oordelen dat de voorwaarde van registratie in de tijdvakken juni of april 2020 in de polisadministratie als zodanig verbindende kracht moet worden ontzegd, of om die voorwaarde in het geval van eiseres buiten toepassing te laten. Beroep ongegrond
De uitspraak op rechtspraak.nl