Rb. Limburg 28 mei 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:4337
Afwijzing aanvraag om een uitkering levensonderhoud op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo), omdat eiser niet in Nederland woont. Inkomensondersteuning dient eiser volgens verweerder in Duitsland aan te vragen. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de criteria uit het arrest van het HvJ EU 12 maart 2020, C 769/18, Caisse d’assurance retraite et de la santé au travail d’Alsace-Moselle, ECLI:EU:C:2020:203 of de uitkering levensonderhoud op grond van de Tozo onder de werkingssfeer van Verordening (EG) 883/2004 valt. De rechtbank komt tot de conclusie dat de uitkering levensonderhoud op grond van de Tozo geen prestatie in de zin van artikel 3 van de Verordening is en dus niet binnen de materiële werkingssfeer van de coördinatieverordening valt. De Tozo-uitkering kan dus ook niet met een beroep op deze Verordening geëxporteerd worden. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl