Rb. Limburg 26 mei 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:4269
Afwijzing aanvraag om een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW-2), omdat eiseres de aanvraag te laat heeft ingediend. De rechtbank is van oordeel dat in artikel 5, aanhef en onder d, in combinatie met artikel 10, tweede lid, van de NOW-2 dwingend is voorgeschreven dat een te laat ingediende aanvraag om subsidie moet worden afgewezen. Dit blijkt eveneens uit de nota van toelichting bij de NOW-2. De NOW-2 noch de Kaderwet SZW-subsidies, waarop de NOW-2 is gebaseerd, bevat een hardheidsclausule en biedt verweerder dan ook geen ruimte voor een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de Awb. Aan de vraag of de termijnoverschrijding al dan niet aan eiseres is te wijten, komt de rechtbank reeds hierom niet toe. Het bestreden besluit is dan ook niet in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb. Voor zover eiseres heeft betoogd dat verweerder in incidentele gevallen kan afwijken van het geschetste dwingende stramien, hetgeen verweerder ter zitting bevestigde, merkt de rechtbank op dat een dergelijk buitenwettelijk begunstigend beleid zich voor kan doen in een situatie dat eiseres door een zeer uitzonderlijke situatie buiten staat was haar aanvraag tijdig in te dienen. De rechtbank is in dit geval niet gebleken van een dergelijke zeer uitzonderlijke situatie. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl