Rb. Limburg 17 mei 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:4060

Eiseres heeft beroep ingesteld wegens niet tijdig beslissen op haar verzoek om inzage (op grond van artikel 7.3.10 van de Jeugdwet en/of artikel 15 van de Avg) in de afgesloten huipverleningsdossiers van haar beide zonen. De rechtbank heeft zich (kennelijk) onbevoegd verklaard om op het beroep te beslissen. Uit de wet volgt namelijk dat verweerder in beide gevallen niet als bestuursorgaan beslist. Beide zonen kunnen zich met een inzageverzoek tot verweerder wenden of eiseres daartoe machtigen. Als dit niet tot de gewenste inzage leidt kunnen eiseres dan wel haar zonen zich wenden tot de door de vet voor deze geschillen aangewezen burgerlijke rechter. De rechtbank heeft het verzet van eiseres ongegrond verklaard. De buiten-zittingsuitspraak blijft in stand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken